Vrijheid bestaat in het erkennen van -interne- grenzen | Een Heldere Zaak

Vrijheid bestaat in het erkennen van -interne- grenzen

… schreef Krishnamurti 1895-1986.

Interne en externe grenzen
Ieder mens heeft zowel interne als externe grenzen. Interne grenzen zijn intuïtief, intiem en persoonlijk en gaan over wat goed voelt en wat niet (meer). Ze gaan over zowel individuele als iemands culturele identiteit en daardoor over ieders waarden en normen.
Wie een sterk besef heeft van zijn/haar interne grens kan veel gemakkelijker en vrijer deelnemen aan het leven. Je kunt meer bijdragen aan het grotere geheel, omdat je niet bang hoeft te zijn dat jijzelf of een ander je interne grens overschrijdt. Mensen met een sterke interne grens zijn zelfbewust, opgeruimd, helder, realistisch en gefocust.
Externe grenzen betreffen veelal grenzen in de letterlijk vorm, zoals de huid van een individu of de grens of muur tussen landen. Externe grenzen zijn vrij definitief (binnen óf buiten, de ene of andere kant), terwijl interne grenzen mee kunnen bewegen met wat juist is op het juiste moment, gezien de context, het gezelschap en veranderende omstandigheden.
Mensen die zelf geen sterke interne grenzen ervaren, voelen eerder angst, verdriet of boosheid over de mogelijkheid dat een ander wel eens zijn/haar plek, positie, aandacht, liefde, ruimte, integriteit etc. kan innemen, ten koste van henzelf. Bescherming van de interne grens doet men dan vaak met het creëren van externe grenzen, zoals posities, titels, formulieren, registers, muren, vastgetimmerde contracten, beveiligers en andere controlemechanismen. Deze mechanismen leiden tot exclusie en verdeeldheid.
Mensen met sterke interne grenzen ervaren meer het vertrouwen dat ieder zijn/haar eigen plek binnen de ordening van een organisatie en de samenleving kan hebben en zo zelf ruimte kan innemen én geven aan anderen, in vrijheid. Dit zijn mensen die deelnemen en die anderen verwelkomen en begeleiden om ook deel te nemen en bij te dragen aan de organisatie of de samenleving. Het zijn bewuste, autonome mensen die zich beseffen dat alles en iedereen met elkaar samen hangt en dat men naast elkaar kan functioneren in harmonie. Het leidt tot inclusie van anderen die elkaars interne grenzen accepteren en eren. Zo ontstaat eenheid.

Grensbewaking of creatie & bloei?
Interne grenzen gaan samen met besef van de eigen individuele en/of culturele identiteit. Om intimiteit en individualiteit te kunnen ervaren mét anderen, is plekbesef nodig. Vanuit de plek/positie die ieder heeft in een privé of werkrelatie is men in staat om het juiste te geven en te nemen binnen relaties (teams). Niet meer en ook niet minder op het juiste moment.
Voor meer intimiteit in relaties en een organisatie of samenleving is (zelf)vertrouwen een noodzakelijke voorwaarde. Einstein schreef: “Zodra we onze (interne, MvV) grenzen aanvaarden, gaan we er over heen”. Hoe meer we erop vertrouwen dat we onze interne grenzen zelf kunnen bewaken, hoe meer we onze externe grenzen kunnen en durven los te laten. Want…. Hoe sociaal veiliger en intiemer de relaties binnen een organisatie of samenleving zijn (lees: hoe meer respect, onderlinge erkenning, acceptatie en gelijkwaardigheid), hoe groter de cohesie, de emotionele gezondheid en ervaren vrijheid van de mensen die er deel van uit maken.
Dit leidt tot meer (bewegings-)vrijheid en de mogelijkheid voor mensen, groepen en samenlevingen om juist boven zichzelf uit te stijgen. Vanuit verbinding en een gevoel van eenheid (erbij horen) kunnen mensen gaan creëren en bloeien, want “Je kunt pas (het oude, MvV) los laten, wanneer je je eerst verbindt” (Jan Bommerez).

Versterken van interne grenzen, toegepast op organisaties en de samenleving…
Begrenzing van ‘de ander’ door met externe grenzen gedrag te reguleren, heeft vaak een averechtse werking, omdat het de verhoudingen verhardt en sociaal onveiliger (schijnveilig) maakt en tot verdeeldheid leidt.
Wat wel werkt is het ontwikkelen van de intuïtie van mensen en het lef om er naar te handelen met zelfbewustzijn en vertrouwen. NB: het ont-wikkelen van de intuïtie gaat gepaard met het los laten van gedachten, overtuigingen, vooronderstellingen, angst en verdriet. Natuurlijk heeft dit heel veel voeten in de aarde, maar het geeft letterlijk een steviger fundament voor ieder individu en voor iedere groep. Het geeft een grond om -autonoom- op te staan en een springplank om zich (het) Zelf te ontplooien.
Wanneer er in het primair, voortgezet, beroepsonderwijs en universitair onderwijs en in organisaties naast het verhogen van kennis, vaardigheden, (professionele) houding en gedrag veel meer aandacht komt voor het ont-wikkelen van interne grenzen, intuïtie én voor een hoog gevoel van ‘eigenwaarde’, zal dat zich in de samenleving wortelen. Het leidt tot meer verdraagzaamheid, eenheid en vrijheid.

“Een scheikundige die uit zijn hart de compassie, het respect, het verlangen, het geduld, de spijt, de verrassing en de vergeving weet te extraheren en ze samenvoegt tot eenheid, schept het atoom dat Liefde wordt genoemd” (Kahlil Gibran 1883-1931).